Dit nooit meer

Soms, als ik mijn fantasie de vrije loop laat, dan komen er personages in mij op. Mensen die een eigen leven leiden, een eigen weg bewandelen. Woorden die ineens op papier staan:


Hij was altijd al goed geweest in doen alsof. In de brugklas, toen hij deed alsof hij Emma leuk vond, omdat zij hem nou eenmaal leuk vond en omdat zijn vrienden hem vertelden dat het stoer was om een vriendin te hebben. In de derde klas, toen hij thuis deed alsof hij twee keer in de week na school bij Tim zat, terwijl hij dan eigenlijk moest nablijven. Of in de vierde, toen hij deed alsof hij het niet erg vond dat zijn ouders gingen scheiden. Doen alsof maakte het leven een stukje makkelijker. Het leek wat emotie te schelen.  Maar op dit moment zat het anders in elkaar. Zijn hart klopte in zijn keel terwijl de rij mensen voor hen steeds korter werd. Feline kneep in zijn hand. ‘Leuk he?’ vroeg ze. Hij knikte ‘Jaha!’ en perste er een glimlachje uit. Hij hoefde niet te doen alsof hij blij was met Feline. Ze was het beste wat hem ooit was overkomen, en bij haar durfde hij te vertellen dat hij het dus wel hartstikke rot vond dat zijn ouders waren gescheiden.  Hij vond haar echt leuk. Ondertussen schuifelden ze het overdekte gedeelte binnen. De stemmen om hen heen gonsden opgewonden. Nog drie keer wachten. Nog twee. Goed. Bij Feline kon hij dus zichzelf zijn. Zo moeilijk moest het dan toch ook niet zijn? Hij hoefde maar zo’n zes woorden te zeggen. ‘Fee, ik ben bang voor achtbanen.’ En dan was het voorbij. Dan konden ze uit deze rij en gewoon van die grote roze suikerspinnen gaan eten of zoiets. Hij krabde eens achter zijn oor. Kuchte eens. Feline merkte niet hoe bang hij was. Hij zuchtte eens diep. Natuurlijk niet, zoals gezegd was hij nogal goed in ‘doen alsof’. ‘Zullen we voorin gaan zitten?’ Felines vrolijke stem haalde hem uit zijn gedachten. Zeg het dan, toe dan! ‘Is goed.’ Zei hij in plaats daarvan nonchalant. Na nog een ronde wachten, stapten ze in het karretje. Hij veegde zijn klamme handen af aan zijn broek. Sukkel, daar ga je dan, vloog het door zijn hoofd. De achtbaan trein begon aan zijn duizelingwekkende rit omhoog. Dit wilde hij niet. Hij wilde niet doen alsof. Niet als dat zo voelde als dit. Hij had het gevoel dat hij moest kotsen. ‘Fee,’ begon hij toen ineens, toen het treintje zijn hoogste punt bijna bereikt had, ‘Ja?’ ‘ik ben bang voor achtbanen.’ Haar antwoord ging verloren in zijn eigen geschreeuw en in die paar luttele minuten was alles wat hij kon denken: ‘dit nooit meer.’

Liefs,
Rianne

Advertenties

Over Rianne Evers

| Blogt op www.rianneschrijft.nl | Schrijfster van 'OverHoop' | Dichtend, lachend, biddend en genietend van God, vrienden & familie |
Dit bericht werd geplaatst in Verhalend en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Wat vind je ervan?

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s